Taak 5

Taak 5 De docent is actief betrokken bij de beroepspraktijkvorming

 

De docent is actief betrokken bij de beroepspraktijkvorming

Als docent Maatschappelijke Zorg en SLB-er ben ik betrokken bij de beroepspraktijkvorming van mijn studenten. Vanuit mijn eerdere werkervaring in de GGZ weet ik hoe belangrijk het is dat studenten niet alleen beschikken over theoretische kennis, maar deze ook kunnen toepassen in de beroepspraktijk.

Toen ik begon als docent, richtte ik mij vooral op het leren kennen van de opleiding, de studenten en de bestaande werkwijzen. Ook bij de BPV-begeleiding volgde ik aanvankelijk de aanpak die binnen de opleiding gebruikelijk was.

Tijdens mijn eerste jaar merkte ik dat studenten niet altijd voldoende overzicht hadden over hun opdrachten, examens en persoonlijke leerdoelen. Daarnaast viel mij op dat de samenwerking tussen school en BPV-organisaties niet altijd optimaal verliep.

Deze ervaringen maakten mij nieuwsgierig naar mijn eigen rol. Hoe kan ik studenten beter voorbereiden en begeleiden? Hoe kan ik mijn contacten met het werkveld benutten om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren?

Daaruit ontstond mijn leervraag;

Hoe kan ik studenten van de opleiding Maatschappelijke Zorg beter voorbereiden op en begeleiden tijdens de beroepspraktijkvorming, zodat de aansluiting tussen school en de beroepspraktijk wordt versterkt?

Oriëntatie; wat signaleerde ik?

In mijn eerste jaar als docent ging ik op stagebezoek volgens de bestaande werkwijze. Tijdens deze gesprekken bespraken we hoe het met de student ging, welke werkzaamheden werken uitgevoerd en hoe de examens verliepen.

Ik merkte dat studenten regelmatig nog onvoldoende overzicht hadden over de examens die zij moesten uitvoeren. Sommige studenten waren nog niet begonnen met opdrachten of hadden onvoldoende zicht op wat er van hen werd verwacht.

Dit zette mij aan het denken. Ook legde de examens op school wel uit, maar blijkbaar betekende dit niet automatisch dat studenten deze informatie ook konden vertalen naar een concrete planning voor hun stage.

Daarnaast merkte ik dat de relatie tussen school en sommige bpv organisaties aandacht nodig had. Voor praktijkbegeleiders is het belangrijk dat duidelijk is wat de opleiding verwacht, welke afspraken worden gemaakt en hoe de begeleiding vanuit school is georganiseerd.

Ik realiseerde mij dat een stagebezoek meer mogelijkheden biedt dan alleen het bespreken van de voortgang van een student. Het is ook een moment waarop ik contact kan onderhouden met het werkveld, de informatie kan ophalen en kan onderzoeken hoe het onderwijs aansluit bij de beroepspraktijk.

Mijn belangrijkste inzicht was dat ik mijn BPB-begeleiding doelgerichter wilde organiseren. Ik wilde niet alleen reageren wanneer studenten tegen problemen aanliepen, maar hen eerder ondersteunen bij het plannen, voorbereiden en uitvoeren van hun leeractiviteiten. 

Voorbereiden; welke veranderingen wilde ik aanbrengen?

Op basis van mijn ervaringen besloot ik mijn aanpak op verschillende punten te veranderen.

Allereerst wilde ik studenten eerder en actiever laten nadenken over hun BPV-examens. Ik wilde voorkomen dat zij pas tijdens een stagebezoek ontdekten dat zij onvoldoende overzicht hadden.

Daarom besloot ik tijdens de SLB en BPV lessen meer aandacht te besteden aan het plannen van de examen, het gespreken van persoonlijke leerdoelen en het uitwisselen van stage-ervaringen.

Daarnaast wilde ik de stagebezoeken eerder in het schooljaar plannen. Mijn doel is om zo vroeg mogelijk contact te leggen met de student en de praktijkbegeleider, zodat verwachtingen en afspraken tijdig duidelijk zouden worden.

Ook wilde ik mijn stagebezoeken beter structureren. Hiervoor ontwikkelde ik een OneNOte checklist die ik in elke note van elke MZ student zette. #

Bij het ontwikkelen van deze werkwijze stelde ik mezelf steeds de vraag: wat heeft de student nodig om zelfstandiger te worden en welke informatie heb ik nodig om goede begeleiding te bieden?

Uitvoeren; hoe heb ik mijn handelen veranderd?

Tijdens mijn BPV lessen besteed ik bewust aandacht aan de verschillende examenopdrachten. Ik gebruik hiervoor Powerpoint waarin ik de examens, verwachtingen en beoordelingsvormen toelicht. Ik gebruik elke les dezelfde structuur en lay out. Ik krijg terug dat ze dat prettig vinden. Ook zijn de lessen terug te vinden in It's learning zodat zij zelf op ieder moment terug kunnen lezen, ook op stage.

Ik leg de examens meerdere keren uit. Dit doe ik omdat ik heb gemerkt dat een keer uitleg geven niet voldoende is om alle studenten overzicht te laten krijgen.

Een belangrijke verandering is dat ik de studenten nu zelf een planning laat maken. Zij brengen in kaart welke examens en opdrachten zij moeten uitvoeren, wanneer zij hiermee aan de slag gaan en wat daarvoor nodig is.

Mijn streven is dat de studenten dit overzicht gereed hebben voordat ik op BPV-bezoek ga.

Hiermee wil ik studenten stimuleren om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun leerproces. Ik vind het belangrijk dat zij niet afhankelijk blijven van mijn uitleg, maar leren om hun eigen werkzaamheden te organiseren.

Naast het maken van een planning laat ik studenten tijdens de SLB lessen klassikaal vertellen over hun stage-ervaringen en voortgang. Ook benoem ik wel leerdoelen uit andere lessen die ik geef. Ik probeer altijd alles aan elkaar te koppelen.

Zij delen waar zij mee bezig zijn, welke examens zij voorbereiden en welke uitdagingen zij tegenkomen.

Hierdoor krijgen studenten inzicht in de manier waarop medestudenten hun stage aanpakken. Een student die nog niet goed weet hoe een opdracht uitgevoerd kan worden, kan ideeën opdoen van iemand die al verder is. Maar ook kunnen ze elkaar soms even moed inspreken als het even lastig is.

Ik vind dit een waardevolle manier van leren omdat studenten niet alleen van mij als docent leren maar ook van elkaar. Bovendien worden zij uitgedaagd om na te denken over hun eigen voortgang. Door hierover te vertellen, moeten zij onder woorden brengen waar zij staan en welke stappen zij nog moeten zetten.

Mijn rol verandert hierdoor. Waar ik eerder vooral informatie gaf, probeer ik nu meer het leerproces te begeleiden en studenten zelf actief te laten nadenken.

Een andere verandering is dat ik in OneNote voor iedere student een checklist voor het BPV bezoek heb ontwikkeld.#

Deze checklist helpt mij om de gesprekken doelgericht te voeren en belangrijke informatie vast te leggen.

Tijdens het gesprek komen onder andere het START-verslag, de 360 graden feedback, persoonlijke leerdoelen, examenplanning en gemaakte afspraken aan bod.#

Ik vind het belangrijk dat de student zelf het gesprek leidt. Daarmee wil ik stimuleren dat de student verantwoordelijkheid neemt voor de eigen ontwikkeling en leert om hierover in gesprek te gaan met de praktijkbegeleider en mij als docent.

De checklist biedt structuur, maar geeft ook ruimte om door te vragen wanneer er bijzonderheden zijn.

Door afspraken vast te leggen, onder andere in PeopleSoft, wil ik zorgen voor duidelijkheid en continuïteit in de begeleiding.

Ik merk dat deze voorbereiding en structuur worden gewaardeerd door praktijkbegeleiders. Zij geven aan dat zij het prettig vinden wanneer school duidelijk communiceert, voorbereid op het bezoek komt en afspraken helder zijn.

Voor mij bevestigt dit dat professionaliteit in PBV begeleiding niet alleen draait om inhoudelijk kennis, maar ook om betrouwbaarheid, voorbereiding en samenwerking. 

3.4 Verbinding met het werkveld versterken

Tijdens mijn BPV bezoeken stel ik niet alleen vragen over de ontwikkeling van studenten. Ik ben ook nieuwsgierig naar de beroepspraktijk zelf.

Ik vraag praktijkbegeleiders welke methodieken zij gebruiken en welke kennis en vaardigheden zij belangrijk vinden voor onze studenten. 

Ik merk dat praktijkbegeleiders deze belangstelling waarderen. Zij beven aan dat zij het prettig vinden dat ik informatie ophaal over wat studenten volgens hen op school zouden moeten leren.

Dit heeft mij aan het denken gezet over de wederkerigheid van de samenwerking tussen school en het werkveld. Wij verwachten dat BPV organisaties bijdragen aan het opleiden van onze studenten, maar andersom kunnen wij als opleiding ook veel leren van hun ervaringen.

Een contreet voorbeeld hiervan is een gesprek waarin ik hoorde dat een grote zorginstelling al haar medewerkers schoolt in de Triple C methodiek. Deze methodiek komt niet voor in ons huidige lesmateriaal. Vanuit mijn eerdere werkervaring in de GGZ ben ik bekend met TripleC en beschik over kennis die ik kan inzetten in mijn onderwijs.

Daarnaast viel het mij op dat studenten op school leren rapporteren, maar dit vooral als een algemene vaardigheid wordt aangeboden.

Vanuit mijn eigen praktijkervaring vind ik het belangrijk dat studenten leren rapporteren in samenhang met methodisch handelen. # Een rapportage moet niet alleen beschrijven wat er is gebeurd, maar ook duidelijk maken hoe observaties en begeleidingshandelingen samenhangen met de doelen van de client. 

Deze bevindingen hebben mij kritischer gemaakt op de aansluiting tussen het onderwijs en de beroepspraktijk.

Ik heb mijn bevindingen op de agenda gezet en wil deze eerst met mijn teamleider gespreken. Vervolgens wil ik onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om het onderwijs verder te versterken.

Theoretische onderbouwing.

Zelfregulerend leren - Zimmerman

De theorie over zelfregulerend leren van Zimmerman sluit aan bij mijn keuze om studneten zelf een planning te laten maken. Zelfregulerend leren vraagt van studenten dat zij doelen stellen, hun leeractiviteiten plannen, hun voortgang bewaken en hun aanpak evalueren.

Door studenten zelf overzicht te laten creëren over hun examens en opdrachten, wil ik hen stimuleren om meer regie te nemen over hun leerproces.

Tegelijkertijd besef ik dat niet iedere student dit zelfstandig kan. Daarom blijf ik hen ondersteuning bieden door de examens herhaaldelijk uit te leggen, koppeling naar bpv te maken en de planning tijdens de SLB lessen bespreekbaar te maken #

Jaap van der Stel heeft mij veel geleerd over executieve functies en zelfregulerend leren. Zijn boeken kan ik dan ook van harte aanbevelen. Ik heb met hem samengewerkt in het ontwikkelen van een methodiek die executieve functies en zelfregulatie als groei meetbaar maakt. Daarnaast heeft hij een groot hart voor de natuur en deze regio.

Zelfdeterminatietheorie- Deci en Ryan

Door studenten zelf een planning te laten maken ondersteun ik hun autonomie. Door duidelijke uitleg en structuur te bieden probeer ik hun gevoel van competitie te versterken. Het klassikaal uitwisselen van stage ervaringen kan bijdragen aan verbondenheid en onderlinge ondersteuning.

Hierbij heb ik geleerd dat autonomie niet betekend dat ik de studenten los laat maar door kaders te bieden ze juist zelfstandiger worden. Dat is ook waar ik met het BAT over in gesprek zou willen in de toekomst.

Sociaal Leren -Vygotsky

Studenten kunnen zich ontwikkelen door interactie met anderen. Een medestudent die al ervaring heeft met een bepaalde examenopdracht, kan een ander helpen om een volgende stap te zetten. Ik probeer daarom bewust ruimte te creëren voor het delen van kennis en ervaringen.

Ervaringsleren - Kolp

Volgens Kolb vormt ervaring een belangrijke basis voor leren. Door ervaringen te bespreken, erop te reflecteren en nieuwe handelingsmogelijkheden te onderzoeken, kunnen studenten hun kennis en vaardigheden ontwikkelen.

Tijdens de SLB lessen stimuleer ik studenten om hun stage-ervaringen te delen en na te denken over wat zij hiervan leren.

Op deze manier probeer ik het leren op school en het leren in de beroepspraktijk met elkaar te verbinden.

Reflecteren op mijn eigen handelen - Korthagen

Mijn eigen ontwikkeling kan ik verbinden aan het reflectiemodel van Korthagen. Ik ben begonnen met het uitvoeren van de bestaande BPV werkwijze. Door mijn ervaringen ontdekte ik dat deze aanpak voor mij onvoldoende structuur bood en dat studenten meer ondersteuning nodig hadden bij het plannen van hun examens. Ik ben vervolgens gaan nadenken over alternatieven en heb veranderingen aangebracht in mijn lessen en stagebezoeken. Door feedback van praktijkbegeleiders en mijn eigen ervaringen blijf ik onderzoeken wat werkt en wat beter kan.

Reflecteren; wat heb ik geleerd?

Als ik terugkijk op mijn ontwikkeling binnen taak vijf zie ik vooral een verandering in de manier waarop ik mijn rol als BPV begeleider invul.

In mijn eerste jaar was ik vooral bezig met het leren kennen van de opleiding en het uitvoeren van de bestaande werkwijzen. Inmiddels durf ik kritischer te kijken naar de manier waarop we studenten begeleiden en naar de aansluiting tussen school en werkveld.

Ik heb geleerd dat een goede voorbereiding veel verschil kan maken. wanneer  k voorbereid op stagebezoek kom, duidelijke afspraken maak en gerichte vragen stel, merk ik dat praktijkbegeleiders dit waarderen.

Wat mij vooral heeft geraakt , is dat praktijkbegeleiders aangeven het fijn te vinden dat hun ervaringen serieus genomen worden. Zij waarderen dat ik niet alleen kom vertellen wat school verwacht, maar ook vraag wat zij vanuit de beroepspraktijk belangrijk vinden.

Hierdoor ben ik mij bewuster geworden van mijn verbindende rol.

Ik zie mezelf niet alleen als begeleider van studenten, maar ook als iemand die een bijdragen kan leren aan het versterken van de samenwerking tussen onderwijs en de beroepspraktijk.

Daarnaast heb ik geleerd dat studenten meer verantwoordelijkheid kunnen krijgen wanneer ik hen daar bewust op voorbereid. Door hen zelf een planning te laten maken en hun voortgang klassikaal te laten bespreken, probeer ik hen actiever te betrekken bij hun eigen ontwikkeling.

Tegelijkertijd realiseer ik mij dat ik nog niet kan vaststellen of deze aanpak op langere termijn ook daadwerkelijk leidt tot betere examenplanning of minder vertraging. Daarover moet ik de voortgang van studenten blijven volgen en mijn werkwijze evalueren.

Een ander leerpunt is dat ik kritisch durf te kijken naar de inhoud van ons onderwijs. Mijn eerdere werkervaring binnen de GGZ helpt mij om verbanden te leggen tussen wat studenten leren en wat in de praktijk van hun verwacht wordt. 

Ik vind het belangrijk om deze ervaringen niet alleen vanuit mijn eigen overtuiging te beoordelen, maar ook te onderzoeken hoe collega's en de teamleider hiernaar kijken. Daarom wil ik mijn bevindingen over TripleC en methodisch rapporteren eerst bespreken voordat ik voorstellen doe over veranderingen. Ik heb geleerd dat onderwijsverbetering niet alleen vraagt om ideeën maar ook om samenwerking, onderbouwing en draagvlak.

Vervolgontwikkeling

Mijn ontwikkeling op het gebied van BPV begeleiding stopt niet bij het afronden van mijn PDG.

Het komende half jaar wil ik onze lesboeken vergelijken met de lessen die daadwerkelijk worden aangeboden en met de kennis en vaardigheden die vanuit het werkveld worden gevraagd.

Daarbij wil ik specifiek kijken naar de aandacht voor methodieken, waaronder tirple C en de manier waarop methodisch rapporteren wordt aangeboden.

Ik wil onderzoeken of er hiaten bestaan en welke aanvullingen mogelijk waardevol zijn voor onze studenten.

Daarnaast wil ik mijn huidige BPV aanpak blijven evalueren. Ik wil nagaan of studenten door het maken van een planning en het vroegtijdig bespreken van examens daadwerkelijk beter voorbereid zijn op hun stagebezoeken.

Ook wil ik blijven investeren in de relatie met praktijkbegeleiders , omdat ik heb ervaren hoeveel waardevolle informatie deze contact opleveren.

Deze vervolgstappen vallen buiten mijn afronding van mijn PDG maar vormen voor mij een belangrijk onderdeel van mijn verdere professionele ontwikkeling als docent.

Conclusie

Door mijn ervaringen binnen de beroepspraktijkvorming heb ik geleerd dat goede begeleiding verder gaat dat het uitvoeren van stagebezoek en bespreken van examens. Het vraagt voorbereiding, structuur, samenwerking en stimuleren van eigenaarschap en een open houding naar het werkveld.

Ik heb mijn werkwijze veranderd door studenten eerder te laten plannen, het klassikaal ervaringen te laten delen en stagebezoeken gestructureerd voor te bereiden met een zelfontwikkelde checklist. #

Daarnaast ben ik bewuster informatie gaan ophalen en ben ik kritisch gaan kijken naar de aansluiting tussen ons onderwijs en de beroepspraktijk.

Waar ik eerst vooral bezig was met het leren uitvoeren van mijn rol als docent, merk ik dat ik steeds meer vantwoordelijkheid neem voor de kwaliteit van mijn begeleiding en de verbinding met het werkveld. 

De belangrijkste ontwikkeling binnen taak 5 is dat ik leer dat ik niet alleen betrokken ben bij de beroepspraktijkvorming maar ook leer de bpv steeds bewuster te benutten om mijn eigen onderwijs en professioneel handelen te verbeteren.

Verantwoording volgens VRAAK

Variatie: bewijsstukken zijn : lesmateriaal, zelfontwikkelde checklist en een verslag van een bpv bezoek. Hiermee laat ik mijn voorbereiding en uitvoering zien.

Relevantie: de bewijsstukken sluiten direct aan bij mijn leervraag en mijn rol bij bpv

Authenticiteit: de OneNote is door mij ontwikkeld en laten mijn eigen keuze en werkwijze zien.

Actualiteit; de stukken komen uit mijn huidige onderwijspraktijk en gaan over dit schooljaar

Kwaliteit: de stukken tonen hoe ik structuur aanbreng in de bpv begeleiding.