Taak 3

De docent voert een onderwijsprogramma uit

Beschrijving 

Taak 3 De docent voert een onderwijsprogramma uit

 

De docent voert een onderwijsprogramma uit

3.1 De docent benut de beroepspraktijkervaringen als leerervaringen en verbindt deze aan kennis, vaardigheden en houdingen die in schoolse situaties worden geleerd. De docent stimuleert dat de student deze kennis, vaardigheden en houdingen toepast in de praktijk.

resultaat;

Een integrale onderwijspraktijk waarbij de vakken dienend zijn aan het beroep waarvoor wordt opgeleid, waarbij studenten voortdurend worden uitgenodigd hun beroepservaringen te verbinden met het leren in de school en het in de school geleerde met de praktijk te verbinden. 

Een onderwijspraktijk, waarbij een integrale manier van begeleiding wordt gepraktiseerd; begeleiding naar een beroepsindentiteit die parallel loopt met persoonlijke begeleiding en begeleiding bij de (studie) loopbaan-stappen.

3.2. De docent biedt het onderwijsprogramma op verschillende manieren aan (waardoor bijvoorbeeld afstandsleren of blended learning)

Resultaat:

Een uitvoeringspraktijk met mogelijkheden voor flexibilisering en maatwerk naar doel, doelgroep, werkstijlen, vorm en contact.

3.3 De docent kiest- conform teamafspraken- werkvormen die passen bij doel, doelgroep, werkstijlen van studenten en context van de leeractiviteit

Resultaat

Een uitvoeringspraktijk waarin de docent kan signaleren welke student een aangepaste aanpak nodig heeft, ondersteuning kan vragen of kan doorverwijzen naar specialisten

3.4 De docent houdt rekening met verschillen tussen studenten en voorziet in een gerichte aanpak bij leerstoornissen of weet daarbij ondersteuning te vragen.

Resultaat: 

Een evenwichtig aanbod verschillende leeractiviteiten (theorielessen, trainingen en workshops) met theoretische, praktische en integrale opdrachten.

3.5 De docent herkent de taal- en rekenaspecten in zijn onderwijs, kan deficiënties bij zijn studenten signaleren en zo nodig experts inschakelen.

Resultaat

De docent weet wat zijn collega taal of rekenen kan bijdragen en maakt daar efficiënt gebruik van

Naar aanleiding van de les over taal en hoe wij als docent daar allen verantwoordelijk voor zijn ben ik gaan nadenken. Ik heb veel weerstand tegen het vak Nederlands. Taal is iets wat ingewikkeld is, dat gaat verder dan alleen geschreven taal en een docent die corrigeert. Ik merkte in de les hier meer voor open te staan. Dat kwam door de benadering van de docent over dit thema. Door vragen te stellen waar we over na konden denken stond ik meer open om hier opnieuw naar te kijken en wat van de weerstand los te laten. Ik heb een presentatie gemaakt voor mijn team. Hoewel er bij aanvang van mijn presentatie niet veel interesse was merkte ik wel dan na mijn presentatie er discussie ontstond. Wat vinden we van deze vragen en hoe dragen we met elkaar hieraan bij? Wat weten we van de huidige manier van solliciteren en hoe dragen we bij aan het vergroten van kansen op de arbeidsmarkt door Nederlands meer belangrijk te maken. 

presentatie: 

3.6 De docent begeleidt de studenten bij het uitvoeren van de leeractiviteiten op basis van team en instellingsafspraken

Resultaat: Een onlosmakelijk met de onderwijsuitvoering verbonden set van resultaatgerichte begeleidingshandeling bestaande uit; 

3.7 De docent evalueerde de uitvoering van het programma en de effectiviteit van de ingezette activiteiten en begeleidingsvormen met de direct betrokken (in samenwerking met het team) en trekt daaruit lessen voor verbetering.

Van beroepspraktijk naar betekenisvol onderwijs; de inzet van Virtual Reality binnen Maatschappelijke Zorg niveau 3 en 4.

Inleiding en onderzoekende leervraag

Als docent Maatschappelijke Zorg bij Noorderpoort Stadskanaal vindt ik het belangrijk dat studenten niet alleen kennis opdoen, maar ook ervaren wat deze kennis betekent voor hun toekomstige beroepspraktijk. Vanuit mijn achtergrond in Social Work en de Geestelijke Gezondheidszorg neem ik veel praktijkervaring het onderwijs mee in.

Ik merk dat studenten vooral betrokken raken wanneer zij zelf kunnen ontdekken, oefenen en verbanden kunnen leggen tussen de theorie en situaties die zij tijdens hun stage tegenkomen.

Tegelijkertijd zie ik dat het niet vanzelfsprekend is dat studenten actief deelnemen aan het onderwijs. Dit heeft mij aan het denken gezet over mijn eigen didactische handelen. Hoe kan ik ervoor zorgen dat studenten nieuwsgierig worden, zich eigenaar voelen van hun leerproces en de betekenis van de lesstof voor hun toekomstige beroep herkennen?

Om mijn onderwijs beter te laten aansluiten bij de behoeften van studenten en de ontwikkeling binnen de beroepspraktijk heb ik een digitale vragenlijst ontwikkeld in Microsoft Forms. Met deze vragenlijst wilde ik de verschillende aspecten onderzoeken. Allereerst wilde ik inzicht krijgen in de voorkennis over zorgtechnologie en of ze op stage daadwerkelijk in aanraking komen met zorgtechnologie. Ook heb ik studenten gevraagd naar hun voorkeur voor verschillende werkvormen. Het tweede doel was het evalueren van mij neigen pedagogisch didactisch handelen. Ik heb mijn studenten gevraagd hoe duidelijk zij mijn uitleg vinden en in hoeverre mijn lessen aansluiten bij de beroepspraktijk en wat zij als mijn sterke punten en ontwikkelpunten ervaren. Ook heb ik expliciet gevraagd of studenten zich veilig genoeg voelen om vragen te stellen. Een veilige leeromgeving is de basis voor actief leren. De vragenlijst helpt mijn ontwikkeling als onderzoekende docent. Ik wil mijn didactische keuzes steeds bewuster baseren op informatie uit de onderwijspraktijk. De antwoorden helpen mij bij het oriënteren op de beginsituatie, het voorbereiden van passende leeractiviteiten en reflecteren op eigen handelen. Ik maak onderscheid tussen wat studenten prettig vinden wat daadwerkelijk bijdraagt aan het behalen van leerdoelen (OVUR-cyclus)

https://forms.cloud.microsoft/Pages/ResponsePage.aspx?id=nkK-N4Vuz0KvwRPGWHsrP3sxhb_rrmpDheFqN8_D_wdURjJIR0kzMUZYVUs2TDQ5TTBBMTMzOUVGMi4u

Vanuit deze vragen ben ik gaan experimenteren met zorgtechnologie, waaronder Virtual Reality (VR). Wat begon als een experiment binnen mijn eigen lessen, groeide uit tot een initiatief om VR structureel een plek te geven binnen het onderwijs.

Mijn leervraag voor taak 3 is: 

Hoe kan ik door middel van activerende, praktijkgerichte didactiek de betrokkenheid van studenten Maatschappelijke Zorg vergroten en hen stimuleren om het geleerde toe te passen in de beroepspraktijk?

Met deze leervraag ik ik niet alleen onderzoeken wat studenten motiveert, maar vooral wat mijn eigen handelen als docent hieraan bijdraagt.

2. Oriënteren

Tijdens mijn lessen en gesprekken met studenten viel het mij op dat hun betrokkenheid wisselende. Sommige studenten waren nieuwsgierig en actief, terwijl anderen moeilijker te motiveren waren. Vooral wanneer de theorie abstract bleef merkte ik dat het lastig kon zijn om de aandacht vast te houden. 

Ook tijdens BPV bezoeken en gesprekken met het werkveld werd mij duidelijk dat zorgtechnologie steeds belangrijker wordt binnen de zorg. Technologische hulpmiddelen dragen bij aan het vergroten van zelfredzaamheid, ondersteuning en verbetering van kwaliteit van leven. 

Ik vond het opvallen dat deze ontwikkelingen in mijn onderwijspraktijk maar beperkt zichtbaar werden.

Daarom stelde ik mezelf de vraag of VR een middel kon zijn om studenten niet alleen kennis te laten maken met zorgtechnologie, maar hen ook actiever te betrekken bij hun eigen leerproces.

Mijn eigen rol als docent 

Vanuit mijn werkervaring ben ik gewend om oplossingsgericht te denken en nieuwe mogelijkheden te onderzoeken. Ik merk dat ik deze houding ook meeneem in mijn rol als docent.

Wanneer ik ergens kansen zie, wil ik graag onderzoeken wat mogelijk is. Dat is een kwaliteit, maar ik ontdek ook dat onderwijsontwikkeling iets anders vraagt dan alleen enthousiasme en initiatief. 

Ik moet mijn keuzes didactisch kunnen onderbouwen, rekening houden met verschillen tussen studenten en onderzoeken of mijn aanpak daadwerkelijk bijdraagt aan het leren. Dat is voor mij een belangrijk onderdeel van mijn ontwikkeling van zorgprofessional naar onderwijsprofessional.

Verbinding met de hybride leeromgeving

Het model van de hybride leeromgeving van Zitter en Hoeve (2012) helpt mij om mijn onderwijs te bekijken vanuit de verbinding tussen leren op school en leren in de beroepspraktijk.

Voor het VR programma herken ik de vier kwadranten

Workshop: kennis verwerven: Studenten krijgen uitleg over zorgtechnologie, VR en toepassingen binnen de zorg

Oefenplaats: veilig experimenteren: Studenten oefenen met de VR bril in een begeleide onderwijsomgeving

Community of Learners; samen reflecteren: Studenten bespreken ervaringen, mogelijkheden, beperkingen en ethische dilemma's.

Community of Practice: leren in de beroepspraktijk: Studenten onderzoeken hoe VR in hun bpv toegepast kan worden.

Wat wil ik onderzoeken?

Ik wil onderzoeken of mijn manier van lesgeven studenten helpt om actiever deel te nemen, meer inzicht te krijgen in zorgtechnologie en de verbinding met de beroepspraktijk te maken.

Daarbij maak ik onderscheid tussen betrokkenheid en daadwerkelijk leren. Een student kan enthousiast zijn over een vr-bril maar dat betekent nog niet automatisch dat hij de leerdoelen heeft bereikt. Daarom wil ik zowel kijken naar de reacties als naar wat zij na afloop kunnen uitleggen, toepassen en onderbouwen. 

https://forms.cloud.microsoft/Pages/ResponsePage.aspx?id=nkK-N4Vuz0KvwRPGWHsrP3sxhb_rrmpDheFqN8_D_wdURjJIR0kzMUZYVUs2TDQ5TTBBMTMzOUVGMi4u

Hiermee laat ik zien bij 3.7 ook te evalueren en onderwijs te verbeteren.

Onderzoek didactische keuzes

Voordat ik het onderwijsprogramma ontwikkelde, heb ik mij verdiept in het kwalificatiedossier Maatschappelijke Zorg, de onderwijsvisie van Noorderpoort, ontwikkelingen rondom Zorgtechnologie en beginsituatie van studenten.

Daarnaast heb ik onderzocht welke mogelijkheden VR biedt voor de toekomstige beroepspraktijk van studenten. Ik wil nadrukkelijk voorkomen dat de technologie zelf centraal komt te staan. 

Ik heb gekozen voor een combinatie van theorie, demonstratie, praktijkervaring, samenwerking en reflectie. 

Leerdoelen

Na afloop kunnen studenten:

  1. Uitleggen wat zorgtechnologie is en voorbeelden noemen van toepassingen binnen de maatschappelijke zorg
  2. Ervaren hoe VR ingezet kan worden in een zorggerelateerde situatie
  3. Minimaal twee mogelijkheden en twee beperkingen noemen van VR
  4. Een ethisch dilemma bespreken dat kan ontstaan bij de inzet van VR
  5. Een mogelijke toepassing van VR koppelen aan hun eigen stage of toekomstige beroepspraktijk

Ik heb geprobeerd om verschillende niveaus van leren aan te spreken: onthouden, begrijpen, toepassen, analyseren en evalueren. Dit sluit aan bij de taxonomie van Bloom.

Differentiatie en begeleiding

Bij de voorbereiding heb ik rekening gehouden met verschillen tussen studenten. Niet iedere student leert op dezelfde manier of heeft dezelfde ervaring met zorgtechnologie.

Daarom heb ik gekozen voor verschillende activiteiten zodat studenten zowel informatie konden verwerken als experimenteren.

Studenten die onzeker waren over het gebruik van de VR-bril konden eerst observeren. Studenten die sneller aan de slag gingen werden uitgedaagd om na te denken over de toepassing binnen de zorg.

Ik heb ook aandacht besteed aan de veiligheid. Het gebruik van de VR kan bij sommige studenten ongemak of duizeligheid veroorzaken. Daarom vind ik het belangrijk dat studenten zelf kunnen aangeven wanneer zij willen stoppen.

Theoretische onderbouwing

Luc Stevens. De drie psychologische basisbehoeften die Stevens beschrijft, herken ik in mijn onderwijs. Ik probeer een veilige leeromgeving te creëren waarin studenten zich gezien voelen, succeservaringen opdoen en ruimte krijgen om eigen keuzes te maken. Tijdens het programma kregen studenten ruimte om zelfstandig te ontdekken. (foto)

Activerende didactiek

Ik heb bewust gekozen voor werkvormen waarbij studenten niet alleen luisteren, maar ook zelf handelen, vragen stellen, samenwerken en reflecteren. (korthagen)

De reflectiecyclus van Korthagen helpt mij om niet alleen terug te kijken op wat ik heb gedaan, maar ook te onderzoeken waarom ik bepaalde keuzes maakte, wat het effect daarvan was en welke alternatieve mogelijkheden er zijn. Ik gebruik deze manier ook om mijn eigen ontwikkeling zichtbaar te maken.

Afstemming met collega's

Tijdens de ontwikkeling heb ik met collega's gesproken over de mogelijkheden van de VR. Het heeft me geholpen verder te kijken dan mijn eigen lessen. Het lastige was wel dat er problemen waren in het team. Het team was zeer onveilig en er zijn veel collega's gegaan en gekomen. Hierdoor heb ik hier minder aandacht aan kunnen besteden en was er weinig ruimte voor. Ik weet dat onderwijsvernieuwing pas duurzaam kan worden wanneer deze niet afhankelijk is van een docent maar gedragen wordt door het team. 

Ik heb van alle docenten van de opleiding tot nu toe de vraag gekregen om getraind te worden in het inzetten van de VR bril. 

De eerste les

Ik heb de vr-bril ingezet tijdens een les ontwikkelingspsychologie over autismespectrumstoornissen.

Ik wilde onderzoeken of ik een groep studenten die ik als lastig te motiveren ervoer, nieuwsgieriger en actiever kon maken door de lesstof op een andere manier aan te bieden. De les begon met een activerende introductie waarin studenten voorbeelden van technologie in de zorg mochten noemen.

Vervolgens gaf ik uitleg over RR en demonstreerde ik verschillende toepassingen. Ik heb heel helder en duidelijk uitleg gegeven over het gebruik van de bril en dit in stappen klassikaal doorgenomen. Ook afspraken over starten en stoppen en grenzen wanneer ze wilden stoppen. 

Tijdens deze activiteit observeerde ik studenten, stelde ik vragen en stimuleerde hen na te denken over hun toekomstige beroep. Ook koppelde ik het aan de visie van de gezonde school en mijn positieve gezondheid. (keuzedeel)

Bij de afsluiting bespraken we onder andere of het kan bijdragen aan de kwaliteit van leven van de client en of deze manier van leren een aanvulling is.

Mijn begeleidende rol

Tijdens de uitvoering merkte ik dat mijn rol veranderede. Waarbij ik eerst informatie klassikaal overdraag was ik nu een begeleider van een leerproces. Ik stelde vragen als: wat ervaar je? wat zou dit voor eek cliënt kunnen betekenen? Hierdoor probeerde ik studenten te stimuleren om verder na te denken dan hun eerste ervaring. 

Ik merkte dat studenten nieuwsgierig waren en actief deelnemen. Sommige studenten wilden na afloop zelfs verder experimenteren.

Dit was wel een bevestiging dat het aanbieden van een andere leerervaring de betrokkenheid kan vergroten. Ik zie ook dat ik nog niet de conclusie kan trekken dat leerresultaten verbeterd zijn.

Feedback studenten

Uit reacties blijkt dat ze vooral enthousiast zijn. Ze snappen beter hoe het toegepast kan worden en willen dit liever veel meer in de lessen. Niet alleen het ervaren maar ook het begeleiden van cliënten die de bril op hebben en vooral zijn ze nieuwsgierig naar de scenario's waarin vaardigheden geleerd worden zoals omgaan met agressie etc.

Voor mij is dit waardevolle informatie. Het laat zien dat de werkvorm aansluit bij hun beleving. 

In de toekomst wil ik nagaan of we kunnen aantonen dat ze aan hun persoonlijke leerdoelen kunnen werken middels de vr-bril.

Van lesexperiment naar onderwijsontwikkeling

Mijn eerste ervaringen met de vr gaven aanleiding tot verder onderzoek of zorgtechnologie een structurele plek binnen de opleiding kon krijgen.

Aanvankelijk diende ik een financieringsaanvraag in bij Innospot. deze werd afgewezen. Dat vond ik teleurstellend, omdat ik mogelijkheden zag om met vr het onderwijs te verrijken.

Ik besloot vervolgens zelf met mijn vr bril die ook gebruikte voor mijn eigen bedrijf mee te nemen naar school. 

Na de eerste positieve ervaringen heb ik de directeur benaderd met mijn idee. Ze stond achter het initiatief en kon al snel vijf brillen bestellen. 

Daarna heb ik een presentatie voor het team verzorgd, een podcast over vr opgenomen en een implementatieplan ontwikkeld

Voor de verder implementatie werd 180 uur beschikbaar besteld. Wat begon als een kleinschalig lesexperiment, groeit uit tot een breder onderwijsinitiatief.

Samenwerking en professionele ontwikkeling

Ik heb ook contact gezocht met andere betrokkenen binnen het onderwijs, waaronder het DNA-verband, om kennis en ervaringen rondom zorgtechnologie uit te wisselen.

Hierbij merkte ik dat onderwijsontwikkeling niet altijd zo snel gaat als dat ik zou willen. 

Ik kan enthousiast worden van nieuwe mogelijkheden en wil dan graag doorpakken. Tegelijkertijd begrijp ik steeds beter dat er binnen onderwijsorganisaties van verschillende belangen, verantwoordelijkheden en besluitvormingsprocessen zijn.

Ik leer hierin dat mijn enthousiasme moet combineren met geduld, afstemming en meenemen van anderen.

Dat is voor mij een belangrijke ontwikkeling in mijn professionele rol.

Reflecteren

Wanneer ik terugkijk op het vr programma ben ik tevreden over de betrokkenheid van de studenten en de mogelijkheden die het initiatief heeft opgeleverd. 
Ik heb ervaren dat ik vanuit mijn beroepspraktijkervaring een bijdrage kan leveren aan onderwijsontwikkeling.

Tegelijkertijd heb ik geleerd dat een vernieuwende werkvorm niet automatisch goed onderwijs betekent.

Het gaat er niet om dat studenten een leuke ervaring hebben gehad maar dat zij iets geleerd hebben wat ze kunnen gebruiken in hun toekomstige beroep. Daarom moet ik vooraf duidelijk bepalen werk gedrag of welke leerprestatie ik moet zien.

Feedback, feedup en feedforward

Volgens Hattie en Timperly (2007) kan effectieve feedback worden bekeken vanuit drie vragen. Bij de eerste uitvoering lag de nadruk voor al op het activeren van studenten en het laten ervaren van de technologie. Nu wil ik meer aandacht besteden aan het controleren van de leerdoelen.

Wat ging goed? 

Studenten namen actief deel en waren nieuwsgierig. De praktijkgerichte aanpak maakte het mogelijk om met elkaar in gesprek te gaan over toepassingen binnen e zorg.

Ook ben ik tevreden over dat ik mijn initiatief heb doorgezet, ondanks de eerste afwijzingen. 

Ik heb geleerd dat ik vanuit mijn eigen praktijkervaring mogelijkheden kan signaleren, maar dat ik collegae en leidinggevende nodig heb om onderwijsontwikkeling breder te realiseren.

Ik ben ook tevreden dat ik het bij Stadkanaal Maatschappelijke Zorg heb gehouden. Het zorgt ervoor dat het geïntegreerd kan worden en de tijd en energie hiervoor gebruiken in plaats van gesprekgroepen binnen het onderwijs. 

Wat kan beter? 

Een belangrijk verbeterpunt is de tijd die ik reserveer voor de nabespreking. Na het dragen van de bril is verwerkingstijd en schakeltijd nodig voor het brein. Deze moeten we zorgvuldig inplannen. Daarnaast wil ik studenten een concrete vervolgopdracht laten uitvoeren tijdens stage. (koppeling examen? Hierdoor wordt de verbinding tussen school en beroepspraktijk sterker.

Mijn professionele ontwikkeling

Deze ervaring heeft mij geleerd dat mijn kracht ligt in het herkennen van kansen, het leggen van verbindingen en het enthousiasmeren van studenten. Tegelijkertijd is een ontwikkelpunt dat ik snel handel als ik mogelijkheden zie. soms moet ik vertragen omdat het onderwijs niet zo snel is. Ik leer steeds beter dat mijn invloed als docent niet zit in wat ik aanbiedt maar vooral in hoe ik ze begeleid bij het leren.

Mijn vervolgstappen

Bij een volgende uitvoering van het programma wil ik vooral een korte nulmeting uitvoeren. Na afloop een praktijkgerichte opdracht doen. De komende drie jaar schrijven we de vr bril binnen de opleiding uit volgens het implementatieplan en voeren verschillende metingen uit.